Bereid het vervolggesprek voor
Neem ‘Fictief artikel, lezersreactie en oorspronkelijke tabel’ mee naar het gesprek en kies vooraf wie de eerste vraag kan beantwoorden. Introduceer het punt met ‘Informeer de melder over de beoordeling’. Geef de ander ruimte om de uitgangspunten te corrigeren. Een bijgesteld gegeven hoort zichtbaar in de afspraak, zodat de volgende betrokkene dezelfde versie gebruikt.
Bereid twee mogelijke vervolgen voor. Bij ‘Gericht om de passage vragen’ is van belang wie het materiaal controleert. Bij ‘Zelf de oorspronkelijke tabel reconstrueren’ wil je weten wanneer opnieuw overleg nodig is. Neem de onzekerheid ‘Is het een typefout, een rekenfout of een verkeerde bronselectie?’ in beide routes mee. Een afspraak over het antwoord is concreter als ook een bron, een eigenaar en een eerstvolgend beslismoment zijn genoemd.
De twee condities in het werkblad
Neem het verschil als concrete gespreksvraag mee. Eerste melding komt uit op 1 elementen. Bij na tabelcontrole staat 4 elementen. Het verschil bedraagt 3 elementen in opwaartse richting. Laat de gesprekspartner aanwijzen welk uitgangspunt hij of zij herkent, en welk gegeven eerst verduidelijking nodig heeft. Noteer een correctie als nieuwe informatie, met de naam van het stuk waaruit die blijkt.
Bereid voor «Informeer de melder over de beoordeling» één concrete vraag aan de gesprekspartner voor. Onder welke voorwaarde geldt «Eerste melding», en wie kan uitleggen waarom bij «Na tabelcontrole» een waarde van 4 elementen wordt gebruikt? Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Fictief artikel, lezersreactie en oorspronkelijke tabel. Noteer bij Feitelijke reactie wie het antwoord geeft en wanneer de bevestiging terugkomt. Lees de afspraak terug aan degene die het volgende werkstuk oplevert, zodat het oorspronkelijke voorbeeld en de eigen aantekening uit elkaar blijven. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Lees de afspraak aan het einde hardop terug. Is expliciet wie ‘Vind de bedoelde alinea’ uitvoert, welke informatie die persoon meekrijgt en wanneer een nieuw gesprek zinvol is? Voeg de afspraak toe aan ‘Feitelijke reactie’ en leg een wijziging vast wanneer de bron of de situatie verandert.
Houd bron, verslagperiode en eigen duiding afzonderlijk in je aantekeningen. Een correctie moet naar de oorspronkelijke passage terug te voeren zijn. Bij de vraag ‘Informeer de melder over de beoordeling’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over een lezer wijst op een foutieve eenheid. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.


